©Lies Caeyers

From the Kabinet of Lies Caeyers

Lies Caeyers

Kabinet

 

 

Wanneer een kunstenaar terugkijkt naar zijn eigen productie is er altijd een begin, een eerste kunstwerk dat het begin uitmaakt van een ‘oeuvre’. Het is de oorsprong van waaruit alle andere creaties voortvloeien. Opus #1 neemt als kunstwerk een bijzondere positie in. Het is een werk dat ‘overgedetermineerd’ is, zoals Bart Verschaffel aangaf in een artikel dat in de Witte Raaf[1] verscheen.

 

‘Het betekent dat ze bezet is door meerdere betekenislagen, die niet logisch of narratief verbonden zijn, en zelfs incompatibel of strijdig kunnen zijn, maar elk om hun specifieke redenen die plek bezetten. Betekenissen worden er op elkaar gelegd en in elkaar geduwd, tot ze ook elkaar bedekken en het geheel onleesbaar wordt. De analyse moet dan lagen onderscheiden en de effecten van hun samengaan neutraliseren.’

 

Lies Caeyers liet in 2006 een high-tech 3D bodyscan maken van zichzelf, in samenwerking met een spin-off van de universiteit van Leuven. De scan is voor de kunstenaar een startpunt gebleken van waaruit nieuwe ideeën konden worden ontwikkeld. Centraal stond de gedachte dat de bodyscan – tenslotte een momentopname in het leven van de kunstenaar als volwassen (volgroeide) jonge vrouw – een zuivere staat van ‘zijn’ is, een pilot van waaruit een oneindige reproductie kan starten. Voor Lies Caeyers is de pilot van zichzelf ook een trigger gebleken om een onderzoek te starten naar de manier waarop ‘reproduceerbaarheid’ kon worden gedefinieerd.

 

Welke materialen kunnen dienen? Welke technieken kan men inzetten? Kabinet toont een verzameling van studies, testen en inzichten die in een semi-wetenschappelijke, bijna klinische context worden gepresenteerd. Kijkend naar deze collectie objets trouvés en creaties, worden we onweerlegbaar geprikkeld in ons associatieve vermogen, wordt er appel gedaan op onze (private) herinneringen, onze eigen obsessies en gevoeligheden. Niets daarvan wordt uitgesproken, maar gewoon ‘getoond’. De kunstenaar hanteert daarbij tegenstrijdige methodieken. Ze is gefascineerd door zowel high tech als ambacht, orde en chaos. Ze hecht belang aan perfectie maar staat tegelijkertijd open voor de schoonheid van de mislukking.

 

De schoonheid in de misvorming doet me willekeurig terugdenken aan Père Ubu, een foto van de surrealistische fotografe Dora Maar, een foto waarop een vreemd geschubd wezen ons lijkt aan te staren vanuit een ver verleden. Is het wezen gezocht of werd het toevallig gevonden? De fotografe hield de identiteit van het gefotografeerde diertje voor zich en wist op die manier het enthousiasme te wekken van de surrealisten die de foto als een mascotte met zich meedroegen. De Poupées van Hans Bellmer duiken eveneens op in mijn gedachten. Het surrealisme was gefascineerd door de pop, de mannequin, het model waartegen de kunstenaars hun wildste fantasieën en dromen konden projecteren. Hans Bellmer ging echter een stuk verder en manipuleerde de poppen, mutileerde ze, verwrong hun ledematen en creëerde op die manier een fascinerend sculpturaal en fotografisch oeuvre. Bellmer opereerde vanuit een context waarin de vrouw voornamelijk als een muze werd aanzien. De surrealisten aanbeden ‘de vrouw’, ze sublimeerden haar, waardoor ze in feite ‘gereduceerd’ werd tot object. Vandaag, ca. tachtig jaar later, gebruikt Lies Caeyers haar eigen lichaam als object. Ze manipuleert het en neemt afstand van zichzelf. Ze wordt zelf object. Hier komt de mannelijke blik echter niet tussen beide.

 

Snuisterend in het Kabinet van Lies Caeyers, is er nog een gedachte die me niet wil lossen. Wanneer we willen spreken over een Opus #1, welk object moeten we dan aanwijzen? Is het de digitale 3D scan die in feite zonder ‘drager’ niet tentoonstellingsbaar is? Is het het allereerste afgietsel dat door de kunstenaar werd gemaakt op basis van die scan, of is het eerder de binaire vertaling ervan? Wat boeiend is aan deze tentoonstelling, is het feit dat Lies Caeyers langzaam naar dit Kabinet is toegegroeid. Het is volgens mij de tentoonstelling in z’n geheel die we als Opus # 1 kunnen benoemen. Het Kabinet is voor de kunstenaar het begin, de oorsprong, maar fungeert ook als een moule die garant staat voor toekomstige creaties.

 

Mieke Mels

10 december 2015, Oostende

[1] Bart Verschaffel, Kunstenaar zijn is ook een kunst. Over het 'eerste werk' en het 'oeuvre', in: De Witte Raaf, Editie 140 juli-augustus 2009

  • Black Instagram Icon